Risotto is in de basis “arme-mensen-eten” uit Noord-Italië: rijst, bouillon, geduld. Het luxe gevoel komt niet van ingewikkelde ingrediënten, maar van de techniek: rustig vocht toevoegen en blijven roeren zodat de rijst z’n zetmeel loslaat.
Pompoen is perfect in de winter, omdat hij zoet en zacht wordt in de pan en de risotto vanzelf romig maakt. Salie en citroen trekken het geheel uit het “babyvoeding-gevaar” en geven het precies genoeg pit en frisheid.
Lekker erbij: een simpele rucolasalade met citroendressing, of geroosterde spruitjes. En als je wijn drinkt: een droge witte (Pinot Grigio/Vermentino) werkt goed.
[penci_recipe]
Wat er lekker bij is
- Rucola + citroen + olijfolie + snuf zout (simpel, fris, klaar).
- Geroosterde spruitjes of broccoli uit de oven met knoflook.
- Brood: alleen als je echt een “ik ga vandaag niks meer doen”-avond wil.
Restjes tip (belangrijk: risotto is morgen anders, maar niet slechter)
- Risotto wordt in de koelkast stevig. Perfect.
- Maak er de volgende dag risottoballetjes van: rol koude risotto tot balletjes, druk er een blokje kaas in (mozzarella of oude kaas), haal door paneermeel en bak goudbruin in olie.
Of: schep het in een ovenschaal, beetje bouillon erbij, kaas erop en 15 minuten in de oven. Risotto-ovenschotel, nul moeite.
Variatie tips
- Met kip: bak 300 g kippendijreepjes en serveer ernaast of roer ze er aan het eind door.
- Met geitenkaas: vervang een deel van de Parmezaan door zachte geitenkaas (minder, want hij is dominant).
- Extra groente: voeg aan het eind spinazie toe, die slinkt vanzelf.
- Vegan: gebruik olijfolie i.p.v. boter en edelgistvlokken of vegan “Parmezaan” i.p.v. kaas.
